Het jaar van de vele stappen!

Oud en Nieuw… een moment om terug te voelen, los te laten, mee te nemen en vooruit te hopen.
Ik kan er niet omheen dat deze dagen heel dubbel zijn en dat er nare herinneringen zijn. Herinneringen over logeren bij mijn oma en opa in de kerstvakanties. Dit horen fijne herinneringen te zijn. Maar, bij mij gaan ze over misbruikt worden. En op oudjaarsdag was mijn opa jarig.
Ja, dat is rauwe pijn dat nog mag helen.
Het is nu twee jaar geleden dat ik voor het eerst in mijn leven hoop kon voelen en dat ik ook hierin durfde te geloven. Als mensen over hoop spraken, werd ik altijd boos. Ik vond het grote onzin, dat niet bestond. Maar, door alle uitleg dat ik kreeg in therapie en alle stapjes die ik had gezet, kon ik ineens voelen dat er ook voor mij een kans op leven is. Ik had niet weer een ellendig en eenzaam jaar overleefd, ik had een jaar vol stapjes achter de rug en kon opeens vooruitgang ervaren. En natuurlijk was het wel zwaar, met veel pijn en angst, maar het leidde ergens naartoe! En dit gaf hoop.

Naast dat ik hoop kreeg, speelde er ook een hoop. Ach ja, even een woordgrapje tussendoor moet kunnen… toch 😉?
En dit was ook het afgelopen jaar niet anders. Ik heb, zoals sommigen van jullie weten, niet alleen te maken met mijn eigen problemen, maar ook met die van mijn man, met die van ons samen, met die van onze zoon, met de dodelijke hersenziekte (MSA) van mijn vader en de zorgen om mijn ouders daarbij, en met onze lieve kat Sammie die kanker heeft.
Mijn vader zit nu fulltime in de rolstoel, hij slaapt beneden, hij kan niet meer lopen, hij kan alleen nog zachte dingen eten en sinds afgelopen zomer praat hij niet meer. Gelukkig kan hij nog met zijn hand de toetsen van de spraakcomputer indrukken, maar dit vergt wel veel energie. Dit zal ook het komende jaar alleen maar verder achteruit gaan. Maar, niemand weet of dit langzaam of snel zal zijn. Niemand weet of hij er het volgende Oud en Nieuw nog is. Het is leven bij de dag. Gelukkig zet ik stapjes in therapie en ben ik inmiddels zover dat ik hem een knuffel kan geven. En hij reageert daar steeds heel mooi op. En dat is heel waardevol!
Mijn moeder nam afgelopen najaar het verdrietige besluit dat ze het huis wil verkopen, ondanks dat mijn vader eigenlijk hier wilde overlijden. Zij moet hem 24 uur per dag verzorgen. En ondanks alle hulp bij het onderhoud van het huis en de grote tuin, moet mijn moeder ook nog erg veel zelf doen en dit is te veel. Verder wil ze graag met mijn vader delen, waar hij haar gaat achterlaten. Dit vind ik symbolisch erg mooi. Ja, het is verdrietig voor mijn vader, maar mijn moeder mag hier niet aan onderdoor gaan. Zelf zal ik dit huis niet gaan missen denk ik. We gingen er wonen met een ander gezin, toen ik dertien jaar was. Ik heb dit nooit gewild. Natuurlijk waren er de afgelopen jaren wel fijne nieuwe herinneringen. Maar, die horen bij het contactherstel met mijn ouders en niet bij dit huis.

Afgelopen voorjaar stopte de therapie bij Margreet. Ik kwam toen al een half jaar bij Marjolijn voor Cranio Sacraal therapie en ging daar volledig mee verder. Voor mijn man vonden we een mannelijke Cranio Sacraal therapeut. Ik vind het namelijk eng als hij wordt aangeraakt door een vrouwelijke therapeut. En daarnaast heeft een man een andere energie en dat kon ook fijn en goed zijn voor hem. Ik dacht altijd dat de problemen van mijn man veroorzaakt werden door de gevolgen van mijn verleden. Maar, inmiddels is het, dankzij deze therapie, duidelijk geworden dat hij ook een hoop eigen leed heeft meegenomen ons huwelijk in. De oorzaak van zijn onzekerheid, zijn aanpassingsgedrag, zijn afgesloten gevoel, zijn zich heel snel aangevallen voelen en dan in een naar mij toe gemene verdediging schieten, en zijn zich heel snel afgewezen voelen, ligt in zijn kindertijd, puberteit en zijn relatie met zijn ex. Roer hier mijn heftige verleden en mijn cptss doorheen en je krijgt het perfecte recept voor storing in de verbinding.
Heel verdrietig en pijnlijk om te ontdekken. Ik dacht altijd dat het aan mij lag dat ik hem niet durfde aan te raken. Maar, de storing komt van twee kanten. En het allerverdrietigste is dat onze verledens met elkaar botsen. We triggeren elkaar.
Maar goed, we zijn niet voor niets beide in therapie. Het is mooi dat dit afgelopen jaar naar de oppervlakte is gekomen. Nu kunnen we dit meenemen het nieuwe jaar in. Pas zodra dingen in het bewustzijn komen, kan je stapjes gaan zetten. We hebben nog een lange, pijnlijke weg te gaan, maar kiezen hier beide bewust voor.

Onze zoon worstelt nu al weer drie jaren met de middelbare school. Afgelopen voorjaar kreeg hij eindelijk de diagnose Pdd-nos. In diezelfde periode lukte het hem weer om iedere dag naar school te gaan, want school gaf toestemming dat hij van VWO 3 naar Havo 4 mocht. Hij hoefde dit schooljaar dus niet meer te presteren, waarmee de druk er af was. Ondertussen had niemand, ook de hulpverlening en school niet, toen door dat zijn autisme spectrum stoornis de oorzaak is van alle problemen. Dit kreeg ik pas helder aan het begin van dít schooljaar (2017-2018). Gelukkig krijgen we sinds september hulp van Fact Jeugd en Gezin. Onze zoon krijgt wekelijks hulp van een hulpverleenster en wij van een ouderbegeleider van het Fact. Hij geeft ons heel veel concrete voorbeelden over autisme en hoe we hiermee om moeten gaan. Hier herkennen we onze zoon in en dat is fijn. Want, nu kunnen we gaan oefenen en het zo stap voor stap gaan leren. De ouderbegeleider stelde ons laatst gerust dat dit oefenen tijd nodig heeft en dat het Fact zich nooit laat opjagen door school.
Ook dit nemen we dus mee het nieuwe jaar in, om mee verder te gaan.
Ja, mijn grote verlangen naar rust en ontspanning moet nog even geduld hebben.

Onze kat Sammie is in 2016 twee keer geopereerd. In het voorjaar werden er twee kwaadaardige tumoren bij de melkklieren weggehaald. En in het najaar kreeg ze een zwaardere operatie, waarbij een heel stuk is weggehaald. Er zaten 4 tumoren bij de lymfeklieren. Hier zouden we het bij laten. Want, doe je dit nu voor haar, of voor onszelf? Ik zorg sindsdien nog lieverder dan lief voor haar. Ik aai haar extra veel, we gaan vaak samen buiten zitten en ik ben ook een soort kattenfluisteraar geworden. Afgelopen voorjaar voelde ik een knobbeltje ter grote van een knikker vlak naast het litteken. En onlangs voelde ik dat deze twee keer zo groot is geworden. Ook van Sammie weet ik niet of ze er volgend Oud en Nieuw nog zal zijn.

Voor mij was 2017 wederom een jaar van veel. Sinds ik in 2013 met traumaverwerking begon, werd ik steeds moeier. Dit hoort er ook gewoon bij, heb ik geleerd. Op een gegeven moment dacht ik wel het dieptepunt te hebben bereikt. Maar, daar heb ik me dus in vergist. In juni vierden we mijn verjaardag en die van mijn vader. En toen merkte ik dat het teveel was. Na een kleine twee uren voelde ik de tranen opkomen, zo moe was ik. En ook rustige visites werden lastig om vol te houden. Dit betekende dus goed plannen, grenzen in de gaten houden en rustdagen inplannen.
Het is denk ik ook wel logisch dat ik nog moeier werd. Want, afgelopen jaar werd ook duidelijk dat ik steeds meer kan voelen en dit ook kan benoemen. Ik ga dus ook steeds meer vertellen. Niet alleen in therapie, maar ook thuis en in contact met lotgenoten.
December 2016 vertelde ik in therapie bij Marjolijn voor het eerst, met mijn stem, twee herinneringen over het misbruik. Daarna kwam dit vertellen weer even stil te staan. Zo gaat dit steeds als ik een megastap heb gezet. Het heeft tijd nodig. Op 2 november j.l. kon ik de nog grotere vervolgstap zetten. Ik heb een aantal herinneringen over het misbruik, die ik heel helder weet. Ik kan me niet herinneren wanneer deze herinneringen naar boven kwamen. Ik denk ergens in mijn puberteit. Deze dag in november heb ik ze allemaal met mijn stem, vanuit mijn kleine ik(ken), verteld aan Marjolijn, zonder dat ze mij hoefde te helpen. Eindelijk had ik het zwijgen volledig doorbroken! Iets wat ik zo graag wilde en ook nodig heb voor mijn herstel. En weet je wat ook heel bijzonder was? Op de terugweg in de auto, voelde ik een megablij gevoel binnenin mijn hart. Ik denk dat ik op dat moment kon voelen dat ik trots was op mezelf!

Ja, voor mijn man en zoon was 2017 een jaar van ontdekken en bewustwording. Voor mij was het ‘Het jaar van de vele stappen!’.
Zo heb ik voor het eerst drie keer een telefoongesprek gevoerd, één keer met de mentor en twee keer met een hulpverlener van mijn zoon, zonder te dissociëren. Ik voelde geen angst en kon alles heel goed verwoorden. Het voelt zo fijn om steeds minder te dissociëren!!
Toen ik in oktober voor de derde keer, heel fijn met dezelfde groep, bij het lotgenotenweekend in Hierden was, kreeg ik ook te horen dat ik helderder ben, meer aanwezig ben en goed kan vertellen nu.
Ja, dat zijn wel de gebieden waar echt de groei te zien is. Ik ben meer helder en bewust aanwezig (dissocieer minder) en ik gebruik steeds meer mijn stem.
Verder kom ik ook steeds meer in contact met mijn kleine ikke en de andere innerlijke kinddelen (niet te verwarren met de delen bij DIS) in mij. Contact met mijn systeem en mijn lichaam en ook het vertellen, doe ik altijd vanuit mijn kleine ikke, waarbij ik één been in het heden houd (dat zegt Marjolijn altijd, dat ik één been in het heden moet houden).
Eergisteren gebeurde er iets heel bijzonders. Ter hoogte van mijn maag, de derde chakra, waar een megablokkade zat en ook nog deels zit (hier heb ik in therapie aan gewerkt), kon ik opeens heel even de spieren ontspannen/loslaten. Het voelde alsof het tig kilometers naar beneden viel, zo bizar en raar. Dit neem ik mee naar therapie komende woensdag. Want, ja, ook komend jaar zal ik nog therapie nodig hebben.

Dit jaar ging ik ook voor het eerst naar lotgenotendagen zonder mijn man. De eerste twee keren had ik hulp van een lotgenote als maatje. De derde keer ging ik volledig zelfstandig naar ‘Beat your Comfortzone’ van Stichting Project Speak Now. Ik had fijne tips gekregen om niet te dissociëren. Namelijk heel rustig naar binnen gaan en de tijd nemen om rustig om me heen te kijken. En langzaam met mijn hoofd alle kanten opkijken, waarbij mijn hoofd goed over mijn nek draait, en dan 5 dingen van dezelfde kleur zoeken. Beide tips hebben me heel goed geholpen. Ik voelde wel angst en had ook twee keer last van dissociatie. Éénmaal door muziek en de tweede keer tijdens en na het ‘Over de streep’ gaan. Het was ook zo heftig om iedereen zo gebroken te zien en om zelf steeds over de streep te gaan. Maar, dit kon ik zelf redelijk goed opvangen. En daar gaat het om. Verder kon ik goed meedoen met alles dat binnen mijn grenzen pastte en ik kon vertellen met mijn stem. Ik kon complimenten geven en ontvangen. Het was een dag waarbij heel duidelijk werd hoeveel stappen ik de afgelopen jaren heb gezet en wat ik allemaal al heb bereikt.
Begin 2013 kocht ik het boek ‘Helen van seksueel misbruik’ van Ivonne Meeuwsen. Toen klonk dit erg onwerkelijk voor mij. Maar, inmiddels ervaar ik zelf steeds meer dat helen echt kan. En zo ga ik van hopen naar echt weten en zelf ervaren. Helen kan echt!!

Er waren nog meer stapjes, maar dat wordt te veel om hier te benoemen. Wat belangrijk is, is dat ik al deze stappen kan meenemen het nieuwe jaar in. En dit doe ik vol goede moed.

Ik weet hoeveel lotgenoten het zó ontzettend moeilijk hebben deze dagen. Dat doet pijn in mijn hart. Een warme knuffel voor jullie 💖. En ook in 2018 zullen we weer #samensterk zijn!!

Lieve allemaal, ik wens jullie een jaar vol liefde, warmte, kracht, ontdekken, stapjes, hoop, voelen en heling toe!

In liefde,

M.A.

Monique Amber 💚💕

Advertenties

Stapje voor stapje gaan we er samen komen!

Woensdag 21 augustus 2013 had ik mijn intakegesprek bij Margreet. Ik zat bij haar op de bank, maar ik was er zelf niet echt bij. Ik voelde zoveel angst en deed het enige dat ik kende, ik dissocieerde. Als ik al ergens antwoord op gaf, was dat blijkbaar zo wazig, dat Margreet het idee kreeg mij misschien niet te kunnen helpen. Hier vertelde ik al over in een eerdere blog. Ze ging overleggen met haar supervisor of zij mij de juiste hulp kon bieden. Wat raakte ik hier van in paniek! Ik had al het één en ander gemaild met Margreet en dat voelde goed. En tijdens de intake voelde ik, ondanks de dissociatie, dat zij voor mij de juiste psychologe was. Wat moest ik als ik niet bij haar terecht kon? Als ze me zou doorverwijzen naar… tja, waarheen eigenlijk? In 2011 kon ik niet meer leven. Ik hield het overleven nog vol tot deze intake, dankzij de hulp van mijn tante (najaar 2011). Als Margreet mij niet kon helpen, zou dat voor mij het einde zijn. Zo ervaarde ik het. Maar goed, ik stuurde haar een overtuigende mail en zo kwam ik bij haar in therapie. Voor het eerst in mijn leven kreeg ik echt traumabehandeling.

Het fijne voor mij in deze therapie was dat ik uitleg kreeg over mijn trauma en de gevolgen er van. Voor het eerst in mijn leven leerde ik over hoe ik mijn gevoelens had geblokkeerd en leerde ik over mijn angst; hoe zich dit zo heeft kunnen uitbreiden.
Ik moest een warme kruik kopen en deze op mijn buik leggen. Ik moest rustig en diep gaan proberen te ademen. Dus dat deed ik en vrijwel meteen kwamen de tranen. Ik heb heel wat afgehuild die periode. Oppervlaktetranen noemde Margreet dit. In de loop van de therapie zou ik bij steeds diepere gevoelens komen.
En zo ging ik op pad en Margreet was mijn gids. Voor mijn gevoel was dit een reis door de bergen. Daarbij dacht ik aan een bergketen vol sneeuw en kou. De klim een berg op was loodzwaar. Zodra ik de top bereikte (een stap had gezet), hoopte ik aan de andere kant van deze berg groene velden, bloemetjes, bomen, vogeltjes en de bewoonde wereld (het leven) te zien. Maar, het enige dat ik om mij heen zag, was nog meer bergen, met sneeuw en kou. Dan kon ik me zo wanhopig en alleen voelen daarboven op die berg. Dan wist ik niet hoe ik deze reis van overleven naar leven kon volhouden. Dan moest ik deze berg afdalen en de volgende berg beklimmen en zo ging het maar door en door en door. Later kwam ik in een rivier terecht en werd ik meegesleurd door de stroming. Soms lukte het me om met de stroming mee te zwemmen. Soms was het water zo wild, dat ik steeds koppie onder ging. Dan was ik zo moe en nergens was er een rustpunt. Ik ging van megastap (zevenmijls stap) naar megastap. En ondertussen kreeg mijn man een burn-out door secundair trauma en daarna kwam ook onze zoon in de problemen. Mijn misbruikverleden eist zijn tol van heel ons gezin. En dat doet zo verrotte veel pijn.
Als alles me zo te veel wordt en ik dreig te verdrinken, voel ik me zo wanhopig en alleen. Waar en wanneer eindigt deze reis? Wanneer wordt het rustiger?
Maar ja, Margreet legde in het begin al uit dat er geen eindstation is. Geleidelijk, stapje voor stapje, zal alles steeds meer en steeds makkelijker lukken. Ik zal steeds bewuster worden en steeds minder dissociëren. De heftigheid van de pijn en angst zal minder worden. Ik zal gevoelens steeds meer leren voelen, leren accepteren en later leren loslaten. En op een dag is praten ook geen probleem meer voor mij. Dan heb ik de schaamte overwonnen.

De eerste twee jaren leefde ik van therapiesessie naar therapiesessie; iedere maandag een uur. Bij Margreet in de kamer voelde ik me veilig. Daar mocht ik landen en werd ik opgevangen. Ik mocht er huilen; knarsetanden, trillen en schudden van angst en paniek en Margreet zat naast me en hield dan mijn handen vast. Ze hielp me door de angst heen, ze troostte me en oogcontact hielp me om terug uit de dissociatie te komen. Als ik wat rustiger was geworden, kreeg ik uitleg. Zo leerde ik alles te begrijpen. Veel dingen moesten meerdere keren uitgelegd worden en dan opeens kwam het in mijn bewustzijn en kon ik er gevoelscontact mee maken. Pas dan begreep ik iets echt, al was het dan soms nog maar voor een beetje. Want, leren voelen vind ik nog steeds moeilijk. Nog steeds vecht ik tegen pijn. Hoe laat je pijn toe en accepteer je het? Zo ver ben ik nog niet. Maar, angst begrijp ik inmiddels wel volledig. Tussen de sessies in, mocht ik Margreet mailen. Ik heb haar de eerste jaren heel wat mails geschreven, vaak volledig in paniek. Meestal schreef ik ’s nachts en dan kreeg ik de volgende ochtend al antwoord. Dit gaf zoveel houvast!

Trouwe lezers van mijn blogs, weten welke stappen ik allemaal al heb gezet. Mocht je dit niet weten, mag je natuurlijk altijd mijn blogs teruglezen.
Ik heb heel wat angsten overwonnen, ook m.b.v. lotgenotencontact. Ik dissocieer al veel minder. Sinds de zomer van 2015 heb ik contact met mijn Kracht. En een hele belangrijke: ik praat al een heleboel! Soms vind ik het nog heel raar om mezelf een heel verhaal te horen vertellen, ha ha.
In het begin, als Margreet vakantie had, of als Margreet door ziekte moest afzeggen, raakte ik volledig in paniek. Dan sleepte ik me door de dagen heen. Een zware, donkere energie hing er dan om mij heen. Later had ik hier compleet geen last meer van. En sinds ergens halverwege het jaar 2016, ging ik niet meer iedere week, maar om de week naar therapie. En mailen deed ik toen ook nog maar zelden. Ik werd steeds sterker en kon mezelf steeds beter redden.
Weet je wat ik ook heb geleerd en heel erg fijn vind? Dat ik kan voelen dat ik naar buiten wil, om in de tuin te zitten, of naar het bos te gaan. Dat ik de warmte van de zon kan voelen, de natuur om me heen kan zien, de vogeltjes kan horen en van dit alles kan genieten.

Het enige dat ik kende was het overleven. Ik heb werkelijk geen idee hoe het is om ‘gewoon’ te leven. Ik dacht dat dit één en al geluk en vrolijkheid was, want dat is wat mensen laten zien. Inmiddels weet ik dat dit niet zo is. Leven schijnt vooral een rustig gevoel te zijn. Ik ken dat niet, want in mijn lichaam zit altijd heel veel spanning. Alle gevoelens horen bij het leven, zo ook de nare (helaas). En geluk zit in het kunnen voelen van de kleine dingen, met al je zintuigen. Zoals, de warmte van de zon voelen; het mooie en krachtige van bomen zien en voelen; de vogeltjes horen en zien; de kracht van de golven van de zee en het water voelen, horen en zien; de lente (die nu, vrijdag 17 maart 2017, bijna begint) ruiken en voelen; de lach van mijn zoon horen, zien en voelen in mijn hart; en het liefdevolle gezicht van mijn man zien en voelen in mijn hart, wanneer hij met zijn mooie, bruine ogen in de mijne kijkt (als het hem lukt om contact met zijn gevoel te maken). Er is best veel geluk in mijn leven, want ik kan nog zoveel meer opnoemen. Maar, om dit te kunnen ervaren, is het dus wel van belang om te kunnen voelen!
Zodra je door trauma gaat overleven en angst, pijn en schaamte diep binnenin je wegstopt achter een enorme muur, verdwijnen daar ook de fijne gevoelens achter. Ik had nooit de behoefte om naar buiten te gaan. Ik voelde het zonnetje niet en ik zag de vogeltjes niet. Wat was ik verbaast toen ik een keer, eind jaren 90, in de winter grote groepen ganzen zag vliegen, en mijn vriendin zei dat dit ieder jaar zo was.

Augustus 2016 zat ik 3 jaren bij Margreet in therapie. In diezelfde maand mocht ik bij Marjolijn van Oijen, van ‘Voel je kracht’ en de Niki stichting, ervaren of Cranio Sacraal therapie iets voor mij was. Ik voelde namelijk dat ik er aan toe was om een lichaamsgerichte therapie te gaan doen. Marjolijn is ervaringsdeskundige en weet en begrijpt daardoor heel veel. Ik vond de behandeling bij haar goed voelen en besloot bij haar in therapie te gaan. Ook al betekent dit een reis van 2,5 uren heen met de auto en ook weer terug. Maar, dat hebben mijn man en ik er voor over. En zo kwam er dus een nieuwe gids op mijn pad.
Deze therapie sluit zo goed aan op alles dat ik bij Margreet heb geleerd. En soms weet Marjolijn net iets anders, door haar ervaringsdeskundigheid. Zo had ik bij Margreet geleerd dat regelmatig body lotion smeren kan helpen om mijn huid, aanraking, te leren voelen. Het probleem bij deze oefening is dat ik op zo’n moment niet kan voelen of ik nu mijn hand of mijn arm voel. Marjolijn heeft mij een andere, soortgelijke oefening gegeven. Dan pak ik mijn kleine apie (zij gebruikte een zakdoek; als het maar zacht is) en plaats deze zacht bovenop mijn onderarm (bij mijn elleboog), en dan beweeg ik deze heel langzaam en zacht over mijn onderarm en hand naar beneden. En dat werkt, want nu voel ik alleen zacht gekriebel op de huid van mijn arm en hand! En soms ervaar ik dat ik het fijn vind voelen en een ander moment overspoelt het me en is het te veel. Dan sluit mijn lichaam automatisch mijn gevoel af. Gek hè, hoe aanraking voor sommige mensen zo normaal en fijn kan zijn, en hoe ik dit allemaal nog moet leren? Ergens vind ik het ook heel verdrietig. Ik wilde dat ik ook ‘gewoon normaal’ kon zijn. Maar goed, stapje voor stapje ga ik er komen.

Al gauw ontdekte ik dat ik niet meer wist wat te doen bij Margreet. Ik deed nu alles bij Marjolijn.
Afgelopen maandag, 13 maart 2017, heb ik het hier met Margreet over gehad. We hebben gekeken naar de afgelopen jaren, naar wat ik allemaal heb geleerd. Hoe het nu met mij gaat is zo’n groot verschil, vergeleken met toen ik net bij haar kwam! Ik ben ook heel dankbaar dat zij in 2013 in mijn leven kwam. Ik weet dat ik het zelf heb gedaan, al deze stappen zetten, maar zonder haar had ik het niet gered.
Twee gidsen op mijn pad is te veel. Zodoende heb ik besloten mijn therapie bij Margreet te stoppen. Dit voelt heel onwerkelijk en raar. Het zijn zeer intensieve en heftige jaren geweest en ik ben nog lang niet klaar. Ik had altijd het idee dat ik pas zou stoppen bij haar, zodra ik geheeld ben.

Ik ga verder bij Marjolijn met Cs-therapie. Inmiddels heb ik bij haar ook al weer zevenmijls stappen gezet. Zo heb ik voor het eerst met mijn stem over het misbruik zelf verteld. Ik kon nog niet alle woorden zeggen, maar dat komt nog wel. Stapje voor stapje hè.
En de laatste keer dat ik bij haar was, donderdag 2 maart 2017, kreeg ik tijdens de behandeling een lichamelijke herbeleving. Het begon met een pijnlijk gevoel boven in mijn buik, een druk in mijn hartstreek en een door de druk dichtgeknepen keel. Ik moest huilen en werd heel bang. Alles in mij wilde vluchten en heel mijn lichaam krampte, schokte en bewoog. Ik ben gewend om dan te dissociëren en dan verdwijnen de tranen vaak weer vrij snel. Maar Marjolijn zat naast me en hield mijn hand vast. Volgens mij heb ik haar hand helemaal fijn geknepen. Steeds vertelde ze me rustig om er bij te blijven en het te laten gebeuren. En dat is me gelukt! Ik kan niet met woorden beschrijven wat dit voor me betekent. Ik weet wel dat het als iets heel groots voelde.
Die plek boven in mijn buik heeft nog heel lang pijn gedaan. Dat hoort bij het verwerken. Ik moet dan mijn hand erop leggen en aan mijzelf en mijn kleine ikke vertellen dat het goed is. Ik mag gaan voelen en ik mag vertellen, ook via mijn lichaam. Misschien zelfs júist via mijn lichaam.
Verder zaten mijn ruggenmerg en alle spieren daarna heerlijk vast. Mijn ribben doen nog steeds zeer. Tja, dat hoort er allemaal bij. En mijn obesitas helpt natuurlijk ook niet mee. Maar, de lente komt er aan. Ik hoop het wandelen weer te gaan oppakken. Dat zal mijn lichaam goed doen.

N.a.v. deze megastap heb ik wat geschreven aan mijn kleine ik en dit wil ik graag met jullie delen:

“Lieve Niekie, mijn kleine Ikke,

Het is goed liefie. We mogen dit delen, we mogen dit voelen. Jij bent niet schuldig. Jij bent niet vies, niet slecht en hoeft je nergens voor te schamen. Opa moet zich schamen. Hij is schuldig! En wat hij deed was slecht en voelde vies!
Jij hebt het goed gedaan. Je hebt gevochten, dat weet ik. Het hielp helaas niet, maar dat kon ook niet. Je was nog zo klein. Dan begin je niets tegen zo’n volwassen vent.
Maar, ik ben blij dat jij een vechter bent, want dat maakt mij een vechter. En dat heeft ons geholpen om te kunnen overleven. En het helpt mij nu om te mogen helen. En daarmee kan ik jou weer helpen. Want, ik ben nu sterk genoeg om alles te kunnen toelaten… stapje voor stapje gaan we er samen komen!”

M.A.

Monique Amber

Ik was never nooit niet jouw lieve meisje! En nu ga ik alles vertellen!

Terwijl ik deze blog begin, denk ik aan vechten, vluchten of bevriezen. En dan denk ik dat alle drie bij mij passen. Ik dacht altijd dat ik alleen maar bevroor. Maar, sinds kort besef ik dat ik vooral een vechter was, maar ik was te klein!
Ik vocht, door met mijn kleine knuistjes en mijn voeten heel hard mijn dekens vast te houden. Maar ja, mijn opa was als volwassen man uiteraard vele malen sterker. Ik had geen enkele kans en kon niet vluchten. Hij trok de deken zo los en haalde deze van mij af. En zo had hij de macht en kon zijn gang gaan met mijn lichaam. Op dat moment moest ik wel bevriezen. Ik dissocieerde om het niet te hoeven voelen.
In mijn vorige blog vertelde ik over het in bad gaan bij mijn oma en opa. Mijn opa zei dan dat hij zou komen kijken. Ik zei dan zoiets van dat dit niet mocht. Mijn oma stelde mij dan gerust en zei dat opa niet zou komen kijken. Daar gebruikte ik dus mijn stem en dat ervaar ik ook als vechten.
Ik vertelde ook hoe ik naar de woonkamer rende, naar mijn ouders. Mijn opa kwam achter me aan en zei dat hij me een beetje had geplaagd. Daar was ik dus gevlucht voor hem.

Ik was altijd als eerste wakker. Dan ging ik spelen met mijn knuffelbeertje Tuffy. Zodra ik zijn voetstappen in de gang hoorde, schrok ik. Dan pas besefte ik me wat er zou gaan gebeuren. Ik ging dan snel op mijn rug onder de deken liggen en hield mijn deken stevig vast. Blijkbaar dacht ik dat dit zou helpen. Toen ik ouder werd, bedacht ik een nieuw plan. Ik bedacht om mezelf slapende te houden, zodra ik hem hoorde aankomen. Dan deed ik mijn ogen dicht en probeerde ik heel rustig te ademen. Mijn opa kwam dan binnen en stond heel lang in de deuropening naar mij te kijken. Doodeng vond ik dat. Rustig ademen ging dan heel moeilijk. Ik had het gevoel dat ik bijna stikte. Zodra hij weer weg was, wachtte ik even en dan ging ik gauw naar mijn oma in de keuken. Helaas kwam hij dan later op de dag vaak alsnog. Soms vergat ik mijn plan en dan was ik te laat.
Toen ik nog ouder was, durfde ik op te staan, zodra ik mijn oma de keuken in hoorde gaan.
De laatste keer gebeurde toen ik 14 jaar was. Ik liep buiten met mijn opa, achter de flat waar ze woonden. Opeens greep hij me achterlangs bij mijn borsten vast. Ik trok me los en vluchtte naar binnen.
Ik vocht dus op mijn manier tegen mijn opa, maar ik was vaak kansloos. En dan bleef bevriezing over.

“Je vindt het toch niet erg? Ik mag dit toch wel? Je bent opa’s lieve meisje en je krijgt veel centjes van me. Je mag het niet aan oma vertellen hoor.”

Zaterdag 19 november jl. (2016) deed ik mee aan Stichting Revief’s Project Unbreakable. Wie mijn blogs volgt, weet dat ik dit voor de tweede keer deed. De eerste keer was in 2014 en toen wist ik niet precies de woorden meer. Dat ik zijn lieve meisje was is me altijd bijgebleven. De rest van zijn woorden vond ik eerder dit jaar terug in een dagboek van mij. Toen besloot ik dat ik nóg een keer op de foto wilde en nu met de complete tekst.
De eerste keer ervaarde ik dat het voor mij ging over gehoord en gezien worden. Dat was voor mij een grote wens. Deze wens begint nu steeds meer uit te komen. Ik ga steeds meer mijn stem gebruiken! Ik zwijg steeds minder! Ditmaal vertelt de foto over mijn kracht. Mijn kracht is dat ik een vechter ben. Ik heb een enorme wilskracht en doorzettingsvermogen. Mijn doel is dat ik wil helen. En daarvoor zet ik alle stappen die nodig zijn.

“Je vindt het toch niet erg?” Dat vroeg hij aan mij. Of ik het niet erg vond wat hij met mijn geslachtsdeel deed!
“Ik mag dit toch wel?” Wat denk je zelf?!!
Toen het misbruik stopte, gaf hij me drie nieuwe vijf gulden munten en zei hij: “Ik wist niet dat je het erg vond.” Meende hij dat nou serieus?!!
Ik kan het hem niet meer vragen. Maar, hij wist donders goed dat het wel erg was. Hij trok ‘gewoon’ de deken uit mijn handen los. Die keer dat hij het deed, terwijl mijn ouders en andere visite in de woonkamer zaten, vluchtte ik boos en overstuur naar de woonkamer. Hij zei toen dat hij mij een beetje had geplaagd. Zo praatte hij het goed.
“Je bent opa’s lieve meisje en je krijgt veel centjes van me.” Ja, hij gaf me zwijggeld.
“Je mag het niet aan oma vertellen hoor.” Hij wist gewoon dat hij fout zat. En hij had aan mij een makkelijk slachtoffer. Ik was een heel gevoelig meisje dat veel liefde nodig had. Waar het bij veel lotgenoten met dwang en dreiging gebeurde, gebeurde het bij mij onder de vlag van liefde. Ik was zijn lieve meisje. En dat voelt zó smerig. Maar ja, ik nam wel zijn geld aan. Ik liet me kopen. Wist ik veel!! Ik was nog maar klein toen het gebeurde.
Hij doet alsof het allemaal oke is. Want, ik vind het toch niet erg, hij mag dit toch wel, want ik ben zijn lieve meisje. Maar, ondertussen krijg ik wel zwijggeld en mag ik het niet aan oma vertellen. Dat doet hij heel doelbewust. En dat maakt hem schuldig en niet mij. Schuldgevoel is een hele lastige. Want, ik zei niet dat ik het wel erg vond. Mijn handen waren niet sterk genoeg om de deken vast te houden. En ik nam al die jaren zijn geld aan.

Ik weet niet of ik vanaf het begin al geld kreeg. Ik weet wel dat het er altijd was. En ik maakte het op.
Als ik naar school liep, kwam ik langs een patatzaak en daar kocht ik snoep. Toen ik ouder was, kocht ik er ook single’s en platen mee. En ik kocht chips en patat, want eten gaf mij even een gevoel van troost.
Ik weet eigenlijk niet meer wanneer ik me er bewust van werd wat er gebeurde tijdens het logeren. Eenmaal thuis wist ik niet meer dat opa mij misbruikte. Dit kwam door het dissociëren. Daardoor dacht ik iedere keer opnieuw ook dat logeren leuk was. In mijn vorige blog vertelde ik dat de blik in mijn ogen veranderde toen ik 9 jaar was. Ik weet nog dat het vanaf mijn tiende (in 1984) donker en somber was binnenin mij. Maar, in mijn hoofd ging dit om wat er thuis gebeurde. Het ging om het naturisme en om de partnerruil dat toentertijd begon. Het enige dat ik nog weet is dat ik 14 jaar was toen het op school een keer over incest ging. Later zat ik met mijn hartsvriendin op haar kamer. Ik zocht toen de betekenis op van het woord incest in haar woordenboek. En toen durfde ik aan haar te vragen of het ook zo heet als een opa zoiets doet. En zij bevestigde dit. En dat kwam als een harde klap binnen. Ik begon te huilen en mijn vriendin haalde haar moeder. Ik denk dat ik het toen voor het eerst echt wist.
In datzelfde jaar ontdekte mijn moeder het. Ze wilde mij geruststellen en zei daardoor dat het niet zo erg was. Dat haar broer haar ook weleens had aangeraakt. Daarmee bagatelliseerde ze het. Ze zag aan mijn reactie dat ze fout zat, maar toen was het al te laat. Ik had ‘de deur al op slot gedaan’ en werd onbereikbaar. Ik trok me terug in mijn binnenwereld en werd heel gesloten. Ik stapte over op een constante vorm van dissociatie. Mijn moeder heeft daarna al die jaren geprobeerd om mij te bereiken, maar tevergeefs. Dit begon pas een beetje te lukken in 2001, na de geboorte van mijn zoon. En sinds vorig jaar, eind november 2015, bij een gesprek met mijn ouders en Margreet, is het helemaal goedgekomen. Ik kreeg volop erkenning van mijn ouders en ze gaven antwoord op al mijn vragen. Dit heeft toen een hoop verduidelijkt.

Toen ik mij op mijn veertiende terugtrok in mijzelf, begon het grote zwijgen. Ik mocht het van opa nooit aan oma vertellen. Ik wist niet beter dan dat dit betekende dat ik het aan niemand mocht vertellen. Maar, verder kwebbelde ik heel veel. Toen ik tien was, werd ik wel al stiller. Er was duidelijk iets aan de hand met mij. Maar, vanaf mijn veertiende werd ik echt volledig stil. Ik veranderde van een giechelende, kwekkende puber in een stille, voor zich uitstarende, onbereikbare puber.

De eerste keer dat ik het met iemand mocht delen, was toen ik 14 of 15 jaar was. Mijn lerares Nederlands, van de RSG in Brielle, zag aan mij dat het niet goed ging met mij. Ze bood mij haar hulp aan. Ik heb haar toen een brief geschreven, waarin ik alles vertelde. Ik mocht van haar naar haar huis komen om te praten. Ondanks mijn grote angst (ik stond een uur voor haar huis, voordat ik durfde aan te bellen), ben ik bij haar thuis geweest. Maar, het praten kon ik niet, daarvoor dissocieerde ik te veel. Zij heeft toen therapie voor mij geregeld bij de Riagg in Hellevoetsluis. De eerste twee keren mocht zij mee. Dat was heel veilig voor mij. Zij spraken en ik zweeg. De therapeute deed niets om mij te helpen of gerust te stellen. De derde afspraak moest ik alleen komen. Aangezien ik dit niet durfde, ben ik niet gegaan. Een aantal maanden later gebeurde dit precies nog een keer bij een andere therapeut. Beide therapeuten deden niets om mij te helpen met mijn angst. Ze zaten tegenover me met hun professionele afstand. Ze stelden vragen en hielpen mij niet met antwoorden. Ze staarden me alleen maar aan.
Daarna kon mijn lerares mij niet meer helpen vanwege een burn-out. En zo kwam ik weer alleen te staan.

In 1992 zat ik inmiddels op het MBO (Agogisch Werk). Ik stortte dat jaar volledig in en de leerlingbegeleider regelde therapie voor mij bij de Riagg in Rotterdam (waar ik toen tijdelijk woonde vanwege een onhoudbare thuissituatie). Hier kon ik in 1993 terecht. Bij deze therapeute zweeg ik ook. Maar, zij ging hier anders mee om. Zij pakte voor mij een leeg schrift en gaf mij dit mee naar huis. Hier mocht ik alles in opschrijven dat ik maar wilde en de volgende sessie moest ik het weer meenemen. Dan las zij wat ik had geschreven en begon ze daar over te praten. Hiermee reikte ze mij een veilige manier om te communiceren aan en kon ik een klein beetje de stilte doorbreken. Ik heb zo heel wat schriften volgeschreven en op een gegeven moment begon ik kleine beetjes te zeggen. Nooit over het misbruik, maar bijvoorbeeld wel over mijn problemen op school (1 van de gevolgen van het misbruik) en thuis.
Dit kleine beetje praten ben ik blijven doen, ook bij de twee therapieën daarna. Maar, nooit over het misbruik. Deze woorden kreeg ik door de angst mijn keel niet uit. En in de loop der jaren ben ik steeds een klein beetje meer gaan praten. Bij elkaar opgeteld is dit 16,5 jaren therapie geweest.

In 2013 kwam ik in therapie bij Margreet. En ook toen zweeg ik nog steeds grotendeels. Maar, bij haar ging ik wel aan de slag met de angst en het dissociëren. Zoals jullie weten, heeft Margreet mij heel veel uitleg en antwoorden gegeven. Dat hielp en helpt mij enorm. Zij is ook gespecialiseerd in seksueel misbruik. De andere therapeuten waren dit niet. Ik heb in 2014 een brief aan mijn opa geschreven. Hij leefde toen al 22 jaren niet meer, maar dit was voor mijzelf. Ik heb hierover al in een eerdere blog verteld. Ik nam deze brief mee naar mijn therapie bij Margreet. Zij heeft het toen voorgelezen. Dit voelde heel confronterend. Alsof het opeens echt werd, heel raar. De therapiesessie erna wilde ik het zelf voorlezen. Door de angst kon ik dit niet alleen. Margreet kwam naast me op de bank zitten. Zij las de eerste zin voor en toen kon ik dat ook voorlezen en zo verder gaan. Ik heb normaal een hoog leestempo, maar dat ging uiterst traag en met zachte stem. De enge woorden zei Margreet eerst voor. Uiteindelijk kon ik ze half spellend nazeggen. Later dat jaar heb ik mijn levensverhaal voorgelezen, tijdens de workshop van Margreet en mij, op het symposium.
In de loop van de therapie ben ik steeds meer gaan praten. Dan is het zoeken naar woorden door het dissociëren, maar het lukt wel. Ik vertel nooit over het misbruik zelf, maar wel over alle moeilijke dingen eromheen, de gevolgen zeg maar.
Margreet is heel rustig en geeft mij alle tijd om woorden te vinden. Als ik te veel dissocieer helpt ze me om daar eerst weer uit te komen (ademen, zuchten, oogcontact). Inmiddels kan ik al heel veel vertellen, zonder al te veel last te hebben van dissociatie.

Er is voor mij een hele belangrijke reden dat ik jullie dit vertel!
Ik kom dus van volledig zwijgen. Ik heb een lange weg afgelegd via schrijven en uiteindelijk voorlezen. Het praten gaat steeds beter. Ik ben nu 42 jaar. En eindelijk heb ik durven vertellen!

Afgelopen zondag (11 december 2016) was ik bij Marjolijn, mijn cranio sacraal therapeute. En bij haar op de behandeltafel durfde ik te vertellen over het in bad gaan bij mijn oma en opa.
Hier ging eerst heel veel schrijven aan vooraf. Ik schreef o.a. over mijn grote behoefte om te mogen vertellen. En deze dag was het zover. Ik kreeg alle ruimte en veiligheid om te mogen vertellen wat ik wilde. Dit vond ik heel moeilijk. Want, ik ben niet gewend om te kijken naar wat ik wil. Dat voelt zelfs heel eng. Maar goed, ik ging dus bedenken wat ik wilde vertellen. Er was een hele tijd geen enkel woord in mijn hoofd te vinden. Ik zocht en zocht, maar er kwam niets. Opeens herinnerde ik me dat we het voor de behandeling hadden over hoe eng douchen nu is. Dat is oude angst. En toen kwamen de woorden over het in bad gaan. Dáár is voor mij deze angst ontstaan. Tot op de dag van vandaag ben ik bang dat er iemand (mijn opa) komt. Daarom douche ik alleen als mijn man of zoon thuis is.
Nadat mijn kleine ik haarzelf er van verzekerd had dat vertellen echt echt echt mocht en dat dit niet slecht was, ben ik vanuit haar gaan vertellen. Dat voelde voor mij heel raar. Ik weet wel dat ik me vaak heel klein voel in bepaalde situaties. Dan reageer ik ook van daaruit. Maar, nog in geen enkele therapie is hier aandacht aan besteed. Overal is er een geschikte therapie voor hè.

Dit was voor mij een mega zevenmijlslaarsstap! Ik was erna ook helemaal moe. Ik voelde in mijn lichaam dat er iets groots was gebeurd. Afwisselend was ik er hyper van en dan weer uitgeput met brandende tranen.
Nu ik deze stap gezet hebt, wil ik ook verder met vertellen. De volgende sessie wil ik graag iets vertellen over het misbruik zelf. Ook al vind ik dat heel eng. Ik voel dat ik dit wil.

Vroeger, als kleine dreumes van 1 jaar, wist ik heel goed wat ik wilde.
“Ikke doen”, zei ik dan. Daarna ben ik heel angstig en onzeker geworden. Als mij gevraagd wordt wat ik wil, weet ik het vaak niet en raak ik in de war.
Nu voel ik dat ik Wil vertellen, en daarbij voel ik echt mijn kracht. En dat voelt tegelijkertijd heel goed en eng. Want, dit alles is behoorlijk nieuw voor mij.
Deze kracht voelde ik ook bij het maken van de foto bij Project Unbreakable. De fotografe was heel lief en zorgzaam. Ze nam de tijd om mij gerust te stellen en alles uit te leggen. Ze zou twee fotorondes achter elkaar doen, zodat ik de tijd kreeg om te voelen. De eerste ronde foto’s moest ik proberen mijn tekst te voelen. Toen ze klaar was, kon ik zeggen dat ik dat vergeten was. Bij de tweede ronde mocht ik dit opnieuw proberen. Toen lukt het al ietsje beter. Omdat ik het moeilijk vond, mocht ik nog een derde ronde. En toen kon ik opeens mijn kracht voelen.
Deze manier van de foto maken vond ik heel fijn en erg waardevol!
En vanuit deze kracht wil ik met mijn foto zeggen:
“Opa, ik vond het verschrikkelijk erg wat je deed. Jij wist donders goed dat je dat niet mocht. Ik was never nooit niet jouw lieve meisje. En die rotcenten van jou heb ik allemaal opgemaakt en weggegeven, zodat ik er weer van af was. En uiteindelijk heb ik er zelf voor gekozen om te blijven zwijgen tegen oma. Dat deed ik niet voor jou, maar voor haar, om haar te beschermen. Maar, sinds zij in 2012 is overleden, zwijg ik nooit meer. Ik heb geleerd om mijn stem te gebruiken. En nu ga ik alles vertellen!”

M.A.

Monique Amber

Toen de blik in mijn ogen veranderde…

Ik schrijf deze blog, omdat het de ‘Week tegen kindermishandeling’ is. Dit is ieder jaar in november. Het thema van deze week is ditmaal “Ik kijk niet weg”. Oftewel, als we bij een kind signalen zien van mishandeling, verwaarlozing en/of seksueel misbruik, kijk dan niet weg, maar steek je hand uit naar dit kind. Een kind dat zoiets meemaakt is heel bang en alleen. Het kan zelf niks doen om het geweld te laten stoppen en om hulp te vragen.
Zo bang en alleen was ik ook en dat vele jaren lang. Waren er bij mij signalen dat mijn opa mij misbruikte? Ja, achteraf bekeken wel.

Mijn moeder herinnert zich een situatie, waarvan we nu weten dat dit een heel groot signaal is geweest.
Ik was nog maar een klein hummeltje. Mijn moeder weet niet meer hoe oud ik was. We waren op visite bij mijn oma en opa in de flat. Op een gegeven moment kwam ik huilend vanuit mijn slaapkamer daar, door de gang, naar de woonkamer gerend. Ik was boos en van slag en vluchtte naar mijn ouders. Mijn opa (de dader) kwam achter mij aangelopen. Hij zei als verklaring tegen mijn ouders:”Oh, ik heb haar een beetje geplaagd”. Mijn ouders vonden dat genoeg verklaring op dat moment. Ze geloofde hem.
Dat was, in mijn beleving nu, mijn énige kans dat het misbruik zou zijn gestopt!
Want, mijn opa had mij niet geplaagd. Hij had seks/lust gehad met mijn geslachtsdeel. Hoe kon ik dat nou vertellen? Ik wist nog niks van seks. Ik was nog veel te klein! Ik kon alleen maar zwijgen en dissociëren. Dus bleef het bij de verklaring van mijn opa. En zo heeft het misbruik dus 11 jaren kunnen duren.

Deze situatie toentertijd was een mega signaal! Achteraf herkende mijn moeder dit meteen. Ik herinner me zelf deze situatie van een korte flashback dat ik één keer heb gehad. Ik voelde (en volgens mij zag ik het beeld ook voor mijn ogen langs flitsen) dat ik rende door de gang. Ik voelde daarbij heel sterk de angst.
Ik vind dit zo heftig. Ik weet eigenlijk niet eens wat er precies in de slaapkamer is gebeurd. Ik weet alleen maar dat ik vluchtte. Normaal bevroor ik altijd, maar ditmaal kon ik vluchten. Hoe kan het dan dat er geen alarm afging bij mijn ouders? Tja… en dan zie je hoe mijn opa zich zogenaamd onschuldig gedroeg. Hij bespeelde de situatie. Hij had mij alleen maar geplaagd en plagen doen we allemaal. Toch? Maar, reageert een kind zo heftig op plagerijen? Of moeten we ons dan afvragen of er meer aan de hand is?
Zelf denk ik het tweede. Ik denk dat de onwetendheid van mijn ouders hierin ook een rol heeft gespeeld. We hebben het over de jaren 70 van de vorige eeuw. Toen was kindermishandeling nog geen actueel onderwerp zoals nu.

Er is in mijn situatie nog een tweede signaal geweest. Mijn oma en opa hadden een bad. Als ik bij hun logeerde vond ik het een feest om in bad te mogen. Want, ze hadden een badthermometer en dat vond ik reuze interessant. Ze deden altijd heel precies kijken of het water de juiste temperatuur had, voor ik er in mocht. En ze hadden bootjes waarmee ik in bad mocht spelen. Dat vond ik zo leuk! Mijn opa zei altijd plagend dat hij zou komen kijken. Ik weet niet wat ik dan riep, maar het kwam er op neer dat ik dat niet wilde. Mijn oma zei dan altijd dat opa niet zou komen en daar zorgde ze ook voor door in de buurt te blijven. Mijn angst voor zijn komst was een signaal dat mijn oma niet herkende, of niet wilde herkennen. Dat weet ik natuurlijk niet. Ze woonden in een flat, dus alles was gelijkvloers. Mijn opa moest de momenten om mij te kunnen misbruiken slim plannen, want mijn oma was altijd in de buurt (Behalve die keer dat ze naar de supermarkt ging en ik niet mee kon, omdat ik griep had.).
Soms denk ik dat dit mijn geluk was. Dat klinkt raar misschien. Maar, een dader die meer ruimte heeft om zijn gang te kunnen gaan, kan meer doen.

Een laatste signaal, dat ik weet, is de verandering van de blik in mijn ogen. Toen ik nog klein was, was er niets te merken aan mij. Ik was een vrolijk meisje dat gewoon gezellig kwebbelde, lachtte en speelde. Niemand zag mijn binnenwereld.
Dit veranderde toen ik negen jaar was. Toen mijn moeder vorig najaar (2015) naar foto’s van mij keek, zag ze de verandering. Ik had op die foto’s opeens een donkere blik in mijn ogen. In mijn lichaam herinner ik mij die blik. Ik voel nog precies wat ik toen voelde. Nu ik dit schrijf, voel ik het ook. Het is een heel heftig gevoel en ik denk dat het bij boosheid hoort. Maar, dat weet ik niet zeker. Ik krijg namelijk niet de kans om het echt goed bewust te kunnen navoelen. Mijn lichaam kent een trucje voor als iets te dichtbij komt. Dissociëren heet dit. In één keer… floep… is dan mijn gevoel weer weggestopt. Vaag kan ik er ook eenzaamheid en angst bij voelen. Er speelde zich wat dat betreft heel veel tegelijk af in mijn binnenwereld.
Ook dit signaal is mijn ouders toen niet opgevallen.

Zo zie je maar… er zijn altijd signalen. De kunst is om ze te herkennen. Tegenwoordig hebben we meer kennis, ik hoop dat dit helpt. Ik denk dat we in ieder geval moeten letten op heftige en angstige reacties van een kind. Maar, er zijn dus ook hele stille signalen. Zoals, toen de blik in mijn ogen veranderde.

M.A.

Monique Amber

En… ik ga er komen!

Mijn mails aan Margreet
Mijn mails aan Margreet

Het verlossende antwoord
Het verlossende antwoord
In de lente van 2011 was ik klaar met mijn vorige therapie. Ik wist waar ik thuis nog zelf aan moest werken, intimiteit en mijn obesitas, en voelde me zo sterk dat ik geloofde dat ik dit zelf kon. Maar, niets was minder waar. Al gauw ontdekte ik dat al mijn plannen niet lukten. En in de zomer van dat jaar ging het licht uit.
Ik was op. Ik kon niet meer. Er was geen greintje doorzettingsvermogen en wilskracht meer over. Ik wilde niet meer leven. En daar schrok ik zo van! Doodeng voelde dit. Meteen dacht ik aan mijn zoon en mijn man. Dit kon toch niet? Ik raakte volledig in paniek en wist me hier totaal geen raad mee. Het gekke was dat het niet in me op kwam om weer therapie te gaan zoeken. Ik denk dat ik daarvoor te diep in het donker zat.

Het was in diezelfde periode dat ik mijn oom en tante (met wie mijn ouders nooit contact hadden) leerde kennen. Mijn tante was gedurende de eerste vier maanden van ons contact heel zorgzaam voor mij. Ze gaf mij liefdevolle warmte en aandacht. Ze bood mij haar hulp aan. En hier klampte ik mij aan vast. Ik ben haar hier nog steeds dankbaar voor. Ook al heeft ze mij uiteindelijk uit haar leven verbannen. Tja, mijn tante staat eigenlijk wel een soort van symbool voor al het onbegrip van mensen over dit trauma en de gevolgen daarvan. Zij raadde aan om nooit meer aan mijn opa en het misbruik te denken. Ik moest het gewoon vergeten, dan zou het allemaal goed komen. Verder moest ik wat luchtiger worden, want ik was wel erg zwaar op de hand. Tja, dat heb je zo met ptss.
Toen we bij hun op de camping stonden, Hemelvaart- en Pinksterweekend 2012, had ik van te voren vertelt hoe eng zoiets is voor mij. En dat ik compleet geen structuur en dagritme had. Dat mijn man bijna alles moest doen en dat dit met kamperen nog erger was. Wel, tijdens deze weekenden kon ze ervaren wat dit betekende. En alles wat er organisatorisch mis ging, ergerde ze zich aan en nam ze ons kwalijk. En uiteindelijk leidde dit tot het einde van ons contact. Dit deed me pijn en verdriet, maar goed, ondanks dat had ze mij wel geholpen. Ik kon het overleven weer een soort van aan.

In maart 2012 is mijn oma overleden. Ik mocht het van mijn opa niet aan mijn oma vertellen wat hij met mij deed. En dat heb ik dan ook nooit gedaan. Ik was als kind altijd bang dat hij haar dan van het balkon af (ze woonden op de 5e verdieping) naar beneden zou gooien. En later wilde ik haar de pijn besparen en mijzelf de schaamte- en schuldgevoelens. Toen ze overleden was, hoefde ik niet meer te zwijgen! Toch heeft het toen nog een jaar geduurd. Voorjaar 2013 zag ik Marianne Kimmel van Stichting Project Speak Now op tv. Zij vertelde haar verhaal. Daar was ik zo ongelooflijk van onder de indruk. Dat wilde ik ook! Ik wilde ook open zijn over mijn misbruikverleden. Vlak erna zag ik Ivonne Meeuwsen op tv. Ook zij deelde haar verhaal. Zij had haar eerste boek ‘Helen van seksueel misbruik’ uitgegeven en ik bestelde dit direct. Het feit dat helen mogelijk was deed iets met me. En haar uitleg in het boek over eenzaamheid was zo herkenbaar en fijn!
In de zomer van 2013 ging ik via facebook op zoek naar alles over seksueel misbruik. Ik vond de pagina ‘Praten over seksueel misbruik’. En daar zag ik een bericht over Stichting Project Speak Now. Ik ging kijken op de website van Speak Now en las over het lotgenotencontact dat ze organiseren, o.a. via de talking circles. Ik las dat je ook bij hen terecht kon voor een gesprekscoach. Nadat ik dit meerdere keren gelezen had, durfde ik op zondag 22 juli eindelijk een mail te sturen voor hulp. Gelijk de volgende dag, maandag 23 juli, kreeg ik een reactie van Margreet Krottje terug. Zij was als psychologe, die gespecialiseerd is in seksueel misbruik en huiselijk geweld, vrijwilligster bij Speak now. Op het moment dat ik haar mail las, wist ik dat zij mij kon helpen. We mailden wat heen en weer en spraken af dat ze mij 5 september zou gaan bellen. Ik wilde graag tot september wachten, want dan was mijn zoon namelijk weer naar school en kon ik dit in alle rust doen. Want, ik vond het namelijk doodeng! Ondertussen vertelde ik haar mijn levensverhaal per mail. Ik merkte dat er deze periode van alles in mij gebeurde. Hoe kwam ik erbij dat ik tot september wilde wachten? Dat duurde nog een eeuw! Ik vertelde per mail dat het lange wachten tot september veel spanning in mij opleverde. Margreet reageerde met dat het ook al in augustus mocht. Zodoende belde ze mij donderdag 1 augustus op en maakten we een afspraak voor een intakegesprek op woensdag 21 augustus.

Op de dag van de intake bracht mijn man me naar Den Haag. Wat was ik bang. Ik zat echt wel bij Margreet op de bank hoor. Maar, toch was ik er ook een soort van niet. Doordat ik bang was ging ik dissociëren. En dissociatie voelt heel eng, waardoor ik nog banger werd. Dit zorgde er voor dat ik zo wazig en afwezig was, dat Margreet twijfelde of ze mij wel kon helpen. De volgende dag zou de vakantie van haar supervisor eindigen. Ze zou met haar contact opnemen en hierover om advies vragen. Dan zou ik de volgende week horen of ik wel of niet bij haar in therapie kon.
Toen ik Margreet deze woorden hoorde uitspreken, stortte mijn binnenwereld in. Ik werd doodsbang en hyper gespannen. Want, wat moest ik als zij mij niet kon helpen?! Wat bleef er dan over? Wat had het leven dan nog voor zin? En zo voelde ik het mis gaan. Ik besloot Margreet hierover te mailen. Dit deed ik nog diezelfde dag.
Ik vertelde dat ik het heel graag wilde aangaan. Dat angst me zo wazig maakte, maar dat ik met haar hulp echt wel hard kon vechten en dingen leren. En de volgende dag stelde ik per mail de vraag wat ik moest als zij mij niet helpen kon. Dat kon toch niet, want wat moest ik dan? Dan bleef er toch niets over?
Margreet nam diezelfde dag nog contact op met haar supervisor. En daarna stuurde ze mij de verlossende mail. Ze ging mij helpen!! Een week later, donderdag 29 augustus, had ik mijn eerste afspraak.

En nu? Nu zijn we drie jaren verder. En anderhalve week geleden, woensdag 17 augustus 2016, zat ik redelijk rustig bij haar op de bank. En voor de allereerste keer waren mijn handen los van elkaar. Ik hield ze niet meer krampachtig vast. Ondertussen was ik aan het vertellen hoe het in de vakantie was gegaan. Ik vertelde dat ik veel angst had gevoeld. En dat ik begin te voelen hoe pijnlijk en angstig het is dat ik mij niet kwetsbaar en zacht durf te geven aan mijn man. Dat ik daar heel veel angst bij voel. Ik vind verbinding maken gewoon doodeng, omdat dit een lijn heeft met seksualiteit.
Ik praat dus. Ik kan vertellen wat er is en wat ik voel. En zonder dat ik hierbij dissocieer en daardoor moet zoeken naar woorden. En als ik voel dat ik wegswitch, kan ik ook weer terugkomen. Inmiddels ga ik niet meer iedere week naar therapie. Ik ga nu om de week en ik ben aan het kijken of dit om de drie weken kan. Ik merk namelijk dat ik meer tijd nodig heb om aan alles te werken. Om de dingen vorm te kunnen geven. Om dat wat Margreet mij uitlegt, in mijn bewustzijn te krijgen en toe te leren passen in mijn leven. Ik heb ruimte nodig voor successen en ook voor vallen en zelf weer opstaan. Ruimte om te ontdekken wat wel en niet lukt en waar ik nog uitleg nodig heb.
In het begin ging ik iedere maandag en leefde ik van therapiesessie naar therapiesessie. Ik redde het niet zonder Margreet en had haar nodig om mij te vangen. En dat deed ze, iedere keer opnieuw. Ze troostte mij en hielp mij door mijn aanvallen van angst, paniek en dissociëren heen. Ze gaf mij uitleg en antwoorden. Ze leerden me om te ademen en daarbij goed uit te zuchten. Ze leerde me om contact te gaan maken met mijn gevoel. Het duurde tot begin dit jaar, eer ik dit ademen en uitblazen echt bewust begreep. Sindsdien leer ik het steeds beter toe te passen.
Ik ga steeds meer bewust voelen. En sinds dit jaar zijn dit niet meer alleen de nare gevoelens. Ik voel nu ook dat ik het fijn vind om in de tuin te gaan zitten, of om naar het bos te gaan. Ik heb me eind vorig jaar (2015) voor het eerst blij gevoeld. Ik denk dat ik onlangs kon voelen dat ik trots was op mezelf toen ik een belangrijk telefoongesprek had gevoerd met de psychologe van mijn zoon. En dit zonder angst en zonder te dissociëren; volledig in mijn kracht!
Dit wil niet zeggen dat het allemaal al goed lukt. Als ik pijn voel, vecht ik hier vaak nog steeds tegen. Dan wil ik het verdoven met drank. Gelukkig kan dit steeds niet. Ik leef namelijk op pijnstillers nu mijn nek en rug steeds pijnlijker worden. Dus dan ga ik snoepen. Dan moet ik chocola eten om een soort van fijn gevoel te krijgen. Ik voel nog steeds heel veel angst en soms heb ik last van bevriezing. Dan durf ik niks meer te bewegen. Dan voel ik mezelf weer als dat kleine, bange meisje van toen en heb ik last van dissociatie waar ik moeilijk uit kan komen.
Het lukt me steeds beter om te praten. Ik ga steeds meer vertellen over wat er is en wat ik voel. Niet alleen in therapie, maar ook thuis aan mijn man.
Er is dus volop groei en dat is iets goeds. Sinds afgelopen Oud en Nieuw geloof ik dan ook voor het eerst in hoop. Er is hoop voor mij op een echt leven, op heling. En dat begin ik steeds meer te merken dit jaar. Het is wel nog steeds heel zwaar en heel veel allemaal. Ik ben niet alleen bezig met mijn proces, maar ook met dat van mijn man en dat van mijn man en mij samen, met dan van onze zoon, ons gezin en daarnaast de ziekte van mijn vader (waardoor ik hem één dezer jaren ga verliezen) en de zorgen om mijn ouders hierdoor. Van Margreet mag ik niet zeggen dat het té veel is. Tja, ik vergeet erg makkelijk mijn kracht. Het is alsof ik het nog niet kan geloven. Soms voelt het toch echt als te veel. Dan ben ik zo ongelooflijk moe dat ik bij de kleinste dingen al moet huilen. Maar, inderdaad ben ik ook dan sterk genoeg om hier doorheen te komen. Alleen voel ik dit op zo’n moment niet. Ook hier moet ik me zoals alles steeds bewuster van worden.

Ondertussen voel ik dat ik naast deze therapie toe ben aan een lichaamsgerichte therapie. Ik ga Cranio Sacraal therapie doen. Hierover in de toekomst meer.

Vandaag, maandag 29 augustus, is het precies 3 jaar geleden dat ik met traumatherapie begon bij Margreet. En ik weet en voel nu dat helen inderdaad echt mogelijk is! Natuurlijk is het zwaar. Maar, omdat ik Margreet durfde te vertrouwen en omdat ik een vechtster ben, ben ik alles aangegaan. Hoe eng het steeds ook was. Om te kunnen helen moest ik door al die heftige, nare gevoelens heen durven gaan. Alleen dan kon ik ontdekken dat er niets ergs meer gebeurde. Dat er geen gevaar meer is. Praten bijvoorbeeld was voor mij echt doodeng. Ik had bedacht dat ik dit wilde leren d.m.v. voorlezen bij Margreet. Ik had een brief aan mijn opa geschreven en dit ging ik in therapie hardop voorlezen. Bij alle enge woorden hielp Margreet mij om het uit te spreken. En zodra ik de woorden hardop uitsprak, verging de wereld niet. Het ergste dat kon gebeuren was dat ik door een aanval van angst heen moest, of dat ik moest huilen. Het mooie is dat dit juist iets goeds is. Want, dat stukje angst was dan mijn lichaam uitgetrild. En huilen verlicht mijn hart. Door te huilen kan de pijn in mijn hart minder zwaar worden. Ik weet dat niet iedereen kan huilen. Mijn ervaring is dat goed zuchten dan helpt, omdat je dan je gevoel niet meer vastzet in je lichaam.

Ik ben er nog niet. Mijn proces is gaande en er zijn nog veel stapjes te zetten. Het praten gaat steeds beter, maar er zijn nog heel veel momenten dat ik zwijg. Dat ik de woorden in mijn hoofd uitspreek, maar dat ik mijn stem niet durf te gebruiken. Ik heb geen goed dagritme, mijn seksualiteit staat stil en er zijn angsten om te overwinnen. Er zit nog heel veel pijn en verdriet in mij.

Vandaag is een dag dat ik stil wil staan bij alles dat ik heb bereikt. En dit wil ik graag met jullie delen.
Hoop bestaat en heling is echt mogelijk. Er is een leven na overleven! Dat weet ik nu zeker.
En… ik ga er komen!

M.A.

Monique Amber

Seksualiteit gaat over voelen!

Het eerste dat ik bij Margreet in therapie kreeg uitgelegd is dat ik weer mag leren ademen en leren voelen. Margreet schrijft in haar boek ‘Een ademloos leven’ er het volgende over:

“Als je seksueel misbruikt wordt stagneert je ademhaling (door de hevige schrik) en raak je daardoor uit contact met je gevoel. Je sluit alle nare gevoelens, zoals bijvoorbeeld pijn, angst en schaamte, achter een denkbeeldige deur op. Daar zitten dan ook de goede gevoelens, zoals vertrouwen, rust en blijdschap. De enige informatie die je dan nog krijgt is dat wat je bedenkt met je hoofd. Deze gedachten zijn vaak niet waar, zwart-wit en/of oordelend. Je kan dan niet meer bij de realiteit. Je weet niet meer hoe dingen horen, wat logisch is.”

Als je uit contact ben met je gevoel (je hart en je buik), ben je ook niet meer goed in contact met je lichaam. En dat zorgt ervoor dat seksualiteit heel moeilijk wordt. Want, seks draait om je lichaam. En als je jouw lichaam verafschuwt, slecht en vies vindt en niet wilt en vaak ook niet kunt voelen, hoe kun je er dan van genieten? Hoe kan je er dan samen met een partner van genieten? Het woord ‘genieten’ alleen al klinkt heel bizar, heel vies. Net zoals het woord ‘lekker’. Seks is juist heel eng en slecht. Seks betekent dreigend gevaar, lust vanuit macht, toch? Dat is wat ik in ieder geval al heel jong leerde, toen mijn opa mij seksueel misbruikte.
Maar ja, seks hoort erbij hè. En je moet nu eenmaal zwijgen. Praten was sowieso veel te eng voor mij. Ik schaamde me veel te veel. Dus bij iedere relatie was er dan ook automatisch sprake van seks. Hoe ik dat deed schreef ik al in mijn eerdere blog, van maart 2015, over seksualiteit: “Seksualiteit…een taboe binnen het taboe van seksueel misbruik”

In de overleefstand was al mijn gevoel uitgeschakeld. Seks was iets dat ik onderging als een soort robot. En mochten daar nare gevoelens bij spelen, dan voelde ik die toch niet. Ik dissocieerde gewoon en alle gevoelens werden geheel automatisch weggestopt. Een aantal jaren geleden ging dit steeds moeilijker. Als mijn man en ik seks probeerden te hebben, triggerde er steeds wel iets. Dan raakte ik volledig in paniek. En praten kon ik toen nog niet. Ik denk te hebben begrepen dat Ivonne Meeuwsen dit in haar nieuwste boek, ‘Partners in beeld – seksueel misbruik raakt het hart van de relatie’, traumaseks noemt. En eigenlijk vind ik dat er een heel geschikt woord voor.

Ik wilde altijd heel graag seks met mijn man kunnen hebben. Ik werd er wanhopig van dat het steeds mis ging en eindigde in paniek. Ik wilde heel graag ook normaal kunnen zijn en het kunnen voelen. En ik wilde hem dat zo graag kunnen geven. Margreet legde vrij aan het begin van mijn therapie bij haar al uit dat als het niet gaat, dat ik het dan niet moet doen. Dat vond ik zo ontzettend moeilijk om te horen. Volgens mij vond ik het zelfs heel stom en maakte het me boos. Het heeft nog zeker een jaar geduurd eer ik het begreep en kon erkennen. Toen was ik zo ver dat ik het zelf niet meer wilde. Ik wilde geen seks m.b.v. dissociatie meer. Ik wilde het leren voelen. Voor mij geen traumaseks meer!
Maar ja, wat dan wel? Ga ik ooit leren voelen? Is seks in de toekomst wel mogelijk? Kan en mag ik er dan van genieten? Pff… ik schaam me zo nu ik dit schrijf. Ook al weet ik dat dit niet nodig is.

Afgelopen najaar (2015) las ik bij iemand op facebook over een challenge. Het was een challenge van Marleen Janssen en ging over het valleiorgasme (Iets uit de Tantraleer geloof ik). Aangezien ik graag seksualiteit wil leren kennen in mijn leven, wil ik er graag alles over leren. Zodoende gaf ik mij op. Dit deed ik overigens wel stiekem in het begin, omdat ik mij ervoor schaamde.
Tijdens deze challenge kregen we huiswerk via een geluidsopname. Dit huiswerk ging over zelfbevrediging. Ik heb naar de opname geluisterd en er vervolgens over nagedacht. Er werd verteld dat je met zachte ogen naar jezelf moest kijken en goed uitzuchten en dan jezelf zacht aanraken. En dan mocht je uiteindelijk tot een hoogtepunt komen. Tja, voor mij is een orgasme uiteraard nog tig stappen te ver, maar zachte aanraking misschien niet.
Zoals ik net al schreef ken ik alleen traumaseks vanuit de overleefstand. Oftewel, zonder in contact te zijn met mijn gevoel, m.b.v. dissociatie. Dan voelde ik lichamelijk wel bepaalde sensaties, maar met mijn hart en buik was ik er dan niet bij. Nu wil ik seksualiteit leren kennen op de voor mij juiste manier. Maar ja, hoe is dat dan? Nou, dat heb ik ontdekt tijdens deze challenge.

Ik bedacht om een klein stukje van het huiswerk te gaan doen. Hierbij raakte ik zacht mijn hoofd, armen en handen aan, terwijl ik heel goed op mijn ademhaling lette. En wat gebeurde er? Ik voelde!!
Ik voelde de warmte van mijn handen op mijn huid. Ik voelde een fijn gevoel in de huid van mijn arm, dat sterker werd bovenop mijn hand. Voor de allereerste keer voelde ik echt aanraking, zoals aanraking denk ik hoort te zijn. En dat was zó ontroerend. Ik was zo ontzettend gelukkig, want voor mij is dit echt heel speciaal en bijzonder.
En toen begreep ik het ineens. Seksualiteit en aanraking gaat over voelen! Tja, en toen schoot ik hardop in de lach. Ja… dûh… natuurlijk gaat het over voelen! Op de één of andere manier had ik die link dus nog niet gelegd.
Ik dacht er verder over na en kwam tot nog een belangrijk inzicht. In therapie hebben we het wel gehad over dat ik kon oefenen samen met mijn man. En dan beginnen met kleine stapjes. Tot nu toe was ik hier nog niet aan toe. Maar, op dat moment besefte ik ook dat hier misschien wel andere stappen aan vooraf gaan. Namelijk, oefenen met mezelf. Zoals ik had gedaan door mijn hoofd, armen en handen zacht te strelen. En deze stap kan zelfs nog veel kleiner door bijvoorbeeld te beginnen met alleen mijn handen, of door mijn hand alleen maar neer te leggen op mijn arm.
Toen ik dit uiteindelijk durfde te delen met mijn man, ontdekte ik nóg iets belangrijks. Opeens begreep ik dat handen ook over voelen gaan. En toen schoot ik weer in de lach. Want, eigenlijk is ook dit inzicht zo ontzettend logisch. De tastzin is één van onze zintuigen, en een hele belangrijke.
Hierna is het me niet meer gelukt om het nog een keer te kunnen voelen. Dit was dan ook wel een hele grote stap voor mij. Vast weer een zevenmijlsstap, hi hi. Tja, alles in dit helingsproces gaat stapje voor stapje en heeft veel tijd nodig. Volgens mij kan je ook pas een stapje zetten (oke, of een megastap) als je daar echt aan toe bent.

Ondertussen ben ik volop in ontwikkeling. Het proces gaat altijd gewoon door. Zoals jullie weten gaat het praten steeds beter. En ik ga steeds meer voelen en dat is zó fijn. Ook al is het vaak nog heel pijnlijk en heel verdrietig. Het betekent wel dat er hoop is voor mij. Hoop op een leven vanuit mijn kracht, mijn zijn, met de regie over mijn leven in eigen handen en… met seks!

Ik leer mezelf steeds beter kennen. Zo is een zoen krijgen voor mij altijd heel moeilijk geweest. Mijn opa zoende mij ook, zowel op mijn mond als mijn geslachtsdeel.
Als ik een zoen van mijn man kreeg, voelde ik het niet. Ik schakelde altijd direct uit, omdat het een trigger is. Maar, mijn man geeft daarmee zijn liefde aan mij. Dus wil ik dit heel graag oefenen. Inmiddels begrijp ik wat er aan de hand is. Ik heb gevoeld dat een zoen krijgen te snel gaat. Ik kan het dan niet registreren. Het moet dus heel langzaam. Dan kan ik er contact met mijn gevoel mee maken. En dan pas kan ik het fijn vinden. En zo leer ik het allemaal steeds meer te begrijpen.
Hetzelfde geldt dan dus ook voor samen zoenen. Dit moet ook langzaam én met oogcontact, zodat ik niet ga dissociëren.
We hebben het wel eens geoefend. Ik kan het dan steeds maar even volhouden, want voelen is heel overweldigend voor mij. Als ik oefen om de wang van mijn man te voelen, lukt dit ook maar even. Daarna voel ik me zo verschrikkelijk moe en verdrietig en komen er tranen.

Seksualiteit is een onderdeel van intimiteit. Aan het begin van dit jaar (2016) lukte het me voor het eerst om samen met mijn man te douchen. En dan bedoel ik dat het me lukte om er bij te blijven. Dat klinkt raar hè? Maar, dissociatie is een soort van weggaan. Ik was heel erg bang, want bij douchen hoort jezelf wassen. En daar voelde ik heel veel schaamte bij. Hij mocht mij niet zien als ik mezelf waste, want dat is vies en slecht. Ja, zo had mijn hoofd dat zonder mijn gevoel bedacht. Het klopt natuurlijk niet, maar voor mij was dit de waarheid en niets dan de waarheid. Gelukkig leer ik in therapie steeds meer mijn stem te gebruiken. En ook met mijn man lukt het praten steeds beter. Ik durf nu al veel meer te vertellen aan hem. Daarom stelde ik hem tijdens het douchen vragen, zoals:” Mag ik mezelf daar wassen? En mag jij dat wel zien?” Mijn man stelde mij toen gerust en zei dat dit mocht. En zo werd ik rustig en kon ik voelen dat het fijn was. En hier had ik zelf voor gezorgd, door mijn stem te gebruiken. Hoe eng ik het ook vond.

Al deze stapjes, stappen en inzichten die ik hier met jullie deel, laten zien dat helen van seksueel misbruik mogelijk is. Als je maar ademt, voelt en praat. Natuurlijk is het allemaal heel moeilijk, zwaar en eng. Voor mij en veel lotgenoten die ik ken wel ten minste. Maar, angst mag niet de baas zijn. Angst mag niet je leven bepalen. Dat mag alleen jijzelf. Dat is wat ‘de regie van je leven in eigen handen nemen’ betekent. In contact komen met mijn kracht, met mijn gevoel, en dit mogen delen met mijn gezin en andere dierbaren, dat is ware rijkdom. Kunnen en mogen genieten van de kleine dingen, zoals de warme blik in de ogen van mijn man, een lach van mijn zoon, een miauw miauw en prr van mijn kat, duiken in de golven van de zee, het gezang van vogeltjes, het voelen van de bomen en het mooie van onkruid, dat is het ware geluk. En op een dag hoop ik ‘mogen genieten van seks’ aan dit rijtje te kunnen toevoegen.

M.A.

Monique Amber

Met mijn Stem en Kracht op een symposium.

In november 2014 ging ik voor de eerste keer naar een symposium. Ik weet nog hoe bang ik toen was. Bang voor veel vreemde mensen bij elkaar en bang voor wat ik er ging doen. Het thema ging over  hulpverlening na seksueel misbruik dat wel werkt. Ik gaf samen met mijn psychologe een workshop over mijn therapie bij haar. Ik kon toen nog niet goed praten. Zodoende vertelde ik mijn verhaal door het voor te lezen. Hierover kan je teruglezen in mijn blog:
~ Een zevenmijls stap
(workshop symposium deel I)
~ Gezien worden, gehoord worden
(workshop symposium deel II)

Zaterdag, 9 april 2016 ging ik samen met mijn man voor de tweede keer naar een symposium. Het werd georganiseerd door Ivonne Meeuwsen en Agnes van der Graaf. Het heette ‘Partners in beeld’ en het thema ging dan ook over partners van slachtoffers van seksueel misbruik. Ook zij hebben het moeilijk! Ook zij hebben hulp nodig! Het is heel belangrijk dat hier meer aandacht voor komt in de hulpverlening en ook in de maatschappij.

Toen mijn man in november 2014 voor de tweede keer naar een partnerdag ging van Ivonne Meeuwsen, vertelde zij dat ze een boek ging schrijven over partners van slachtoffers van seksueel misbruik. Met z’n allen hebben ze toen zitten brainstormen over onderwerpen die van belang zijn om in het boek te komen. Ivonne heeft voor dit boek meerdere partners geïnterviewd, zo ook mijn man. De lancering van het boek was tijdens het symposium.
In januari dit jaar startten Ivonne en Agnes een gedichtenwedstrijd voor partners. Zij mochten een gedicht insturen en het gedicht dat zou winnen zou in het boek komen. Mijn man deed hier ook aan mee. Alle gedichten zijn te lezen op de website: helenvanseksueelmisbruik.nl van Ivonne Meeuwsen. Als je in het menu naar Blog gaat en daar doorheen scrollt, kom je de gedichten vanzelf tegen.

Het was een bijzondere dag voor ons. Daarom wil ik het graag delen met jullie middels mijn blog. Het symposium werd gehouden in het van der Valk Hotel in Arnhem. De wekker ging al vroeg ’s ochtends. We moesten namelijk om 8.00 uur vertrekken, want het begon om 10.10 uur. Het hotel lag in een bosrijke omgeving.
Bij binnenkomst werden we hartelijk ontvangen door Ivonne. Wat voor mij opvallend was, is dat ik bijna geen angst voelde. Dat is echt nieuw voor mij.

De dagvoorzitster opende het symposium en als eerste op het programma stond een interessante lezing van Inga Teekens. Zij heeft twee boeken geschreven: ‘De kunst van communiceren’ en ‘Kraak je eigen kramp’. Na de lezing was het tijd om het nieuwe boek ‘Partners in beeld (seksueel misbruik raakt het hart van de relatie)’ van Ivonne Meeuwsen te lanceren. De dagvoorzitster begon met het voorlezen van het winnende gedicht. Toen ze de titel voorlas, ‘Naast elkaar op weg’, wisten we meteen dat het gedicht van mijn man gewonnen had (ik zal dit gedicht later in een volgende blog delen met jullie). Er ging een golf van blijdschap door mij heen! Ook dat is nieuw voor mij, het feit dat ik dat kon voelen. Dat ik kon voelen dat ik trots was op mijn man en het hem zo gunde. Dit laat zó mijn vooruitgang zien en dat kreeg ik ook meerdere keren te horen deze dag van verschillende mensen, die mij bijvoorbeeld kende van het vorige symposium. En dat deed iets met mij, het raakte me. Vaak geloof ik nog niet in mijn kracht en in mijn kunnen, zo nieuw is dit voor mij. Maar, deze dag leek ik me er meer bewust van te worden.

Mijn man mocht naar voren komen en Ivonne overhandigde hem het eerste exemplaar. En na wat foto’s en een knuffel kreeg iedereen in de zaal het boek. Wat ik net ook al schreef, ik denk dat dit een belangrijk boek is, omdat partners hiermee gehoord worden!
En toen was het tijd voor de stellingendiscussie. We vormden groepjes en gingen met elkaar in gesprek over stellingen van Ivonne, die uiteraard pastten bij onderwerpen uit het boek, zoals: “Is triggers vermijden een goed idee?” en “Wel of geen seks?”. En na dit gesprek deelden we steeds met de hele zaal wat we als groep vonden.
Wat ik denk over triggers vermijden? Ik denk dat dit voor een groot deel niet te doen is. Wat voor mij een trigger is, is als mijn man op mij afkomt en mij direct een knuffel of zoen geeft. Mijn opa greep mij altijd vanuit het niets vast om mij op mijn mond te zoenen, of hij pakte mij vanaf achterlangs vast bij mijn borsten. Natuurlijk weet ik dat mijn man niet mijn opa is. Natuurlijk weet ik dat het puur liefde is van mijn man en geen bedreiging. Maar, mijn lichaam kent de schrik, de angst van toen en van daaruit reageer ik, alsof ik wel bedreigd word. Moeten we dit dan vermijden? Nee, maar we kunnen het wel anders aanpakken. Zodoende komt mijn man bij me, zonder me aan te raken. Dan hebben we, als dit lukt, eerst oogcontact en soms praten we wat (voor zover mij dit lukt). En dan kan ik rustig wennen aan zijn nabijheid en kan ik zijn knuffel uiteindelijk goed ontvangen.
Als ik kijk naar de tweede stelling, dan denk ik dat dit voor iedereen heel persoonlijk is. Ik ken alleen mijn eigen verhaal. Mijn man en ik hebben nog heel lang een soort van seks gehad. Maar, dit was wel traumaseks, zoals het in het boek wordt genoemd. In een latere blog zal ik hier verder op in gaan. Seks is uiteraard een grote trigger. En mijn psychologe zegt daarover: “Als het niet gaat, moet je het niet doen.” Mijn man en ik hebben dan ook geen seks meer. Dit komt later wel, als ik geheeld ben… hoop ik.

Na de tweede stelling ontstond er een heftige discussie in de zaal. Het ging over de behoefte van de partner en over eisen dat daaraan wordt voldaan. Toen heb ik, in een zaal vol mensen, hardop gezegd dat mijn stekels overeind gingen staan. Daarbij kon ik heel goed mijn kracht voelen. Want, eisen? Nee toch, zeker. Zoiets vraag je. Iemand zei heel mooi dat hij geduldig wacht tot zijn vrouw er aan toe is en dit geldt ook voor mijn man. De dagvoorzitster beschreef het heel mooi beeldend. Ieder staat aan de andere kant van een brug. Als je er aan werkt, zal je langzaamaan naar elkaar toe lopen over deze brug en elkaar ontmoeten in het midden.
Wat moet de partner dan met zijn behoeftes? Mijn psychologe zegt hierover dat er ook nog zoiets als zelfbevrediging bestaat. Maar goed, de andere kant is dat relaties ook uit elkaar gaan. En dat is ook te begrijpen. Een slachtoffer van seksueel misbruik moet wel willen en kunnen helen. En een partner moet wel geduldig willen en kunnen zijn.

Toen het ochtendprogramma klaar was, was het tijd voor een heerlijke lunch, wat ontspanning en natuurlijk ook napraten. Wij zaten met een leuke groep aan tafel, met o.a. twee lotgenotes die we al kenden. In deze eetzaal kreeg ik wel een beetje last van angst. Dus toen ik nog een sandwich wilde, vroeg ik aan mijn man of hij deze wilde meenemen. Zo los ik dit dan gewoon op en dat geeft rust. Mijn angst is er nu eenmaal en ik wil niets forceren. Ik luister er niet altijd meer naar en ga de dingen aan. Maar, wel stapje voor stapje, opdat er geen angst voor de angst ontstaat.

Het middagprogramma bestond uit twee workshops met daar tussenin een korte pauze. Voor het symposium mochten we ons hiervoor al opgeven per mail, zodat je kon kiezen. Dat was erg fijn.
Onze eerste workshop werd gegeven door Sander van Poelje en Renata Traas en ging over Past Reality Integration (PRI). Sander is PRI-therapeut en Renata is PRI-therapeute (basis). Zij leerden ons wat de PRI-cirkel is en dit was heel leerzaam voor mij. Deze cirkel maakt duidelijk dat ons trauma steeds geraakt wordt door waarnemingen van personen en situaties in het hier en nu. En daar reageren we op met afweergedrag, gevoel en gedachten. Zeker binnen een relatie speelt afweer altijd een grote rol. Als je je hier bewust van wordt, kan je leren om anders met deze situatie om te gaan.

Oude pijn zit opgeslagen in je Kindbewustzijn. Later ontwikkel je jouw Volwassen bewustzijn. Als volwassene neem je iets waar (iets triggert) dat jou direct raakt in zo’n oude pijn en dan reageer je vanuit afweer. Afweer is een bewustzijnsvernauwing en lijkt de waarheid.
De eerste afweer is angst. Deze ken ik heel goed. Ik ben het leven er door gaan vermijden. Overal was gevaar en daar moest ik dus niet zijn.
Dan komt er primaire afweer. Hierbij kan je denken aan schaamte, schuld en een gevoel dat je slecht bent.  Ook deze ken ik heel goed. Dat gevoel van dat ik slecht ben zit heel diep.
Hierna volgt valse hoop of valse macht. Bij valse hoop ga je heel hard je best doen om het iedereen naar de zin te maken. En daarbij vergeet je jezelf. Deze mensen krijgen vaak een burnout. A.d.h.v. wat ze uitlegden, dachten wij mijn man hierin te herkennen. En bij mezelf dacht ik de valse macht te herkennen. Daarbij ligt het altijd aan de ander. En dan word je boos op die ander. Dat herken ik wel. Als mijn man mij bijvoorbeeld geen aandacht geeft, wanneer ik dat wil, word ik boos op hem. Dat klopt natuurlijk niet. Als ik een knuffel wil, kan ik die gewoon vragen toch? Maar ja, zo simpel is het niet. Want, dan moet ik wel mijn stem durven gebruiken.
Ik vertelde dit aan de groep tijdens de workshop.
Als laatste afweer is er de ontkenning van behoeften. Hierbij kan je denken aan zelfdestructief gedrag, zoals een verslaving. En het idee dat het allemaal niet zoveel uitmaakt. Tja, deze herken ik ook. Ik ben verslaafd geweest aan alcohol en ik doe aan emotieeten. Verder denk ik dat bij deze afweer ook de ‘Nee’ hoort. Als ik in de ‘Nee’ zit, zeg ik in mijzelf dat het me allemaal niks meer kan schelen. En dan drink ik, snoep ik, ga ik te laat naar bed, oftewel dan zorg ik niet goed voor mezelf. Dan ga ik voor korte termijnbeloningen die ervoor zorgen dat ik de pijn even niet meer voel.
Ik heb een foto toegevoegd waar je deze PRI-cirkel terug kan zien. Voor mij maakte dit heel veel duidelijk. Ik had al geleerd dat ik reageer vanuit het beschadigde kindsdeel, vanuit oude angst en pijn. Ik wist dat ik moet gaan leren om vanuit mijn volwassen deel, vanuit de vrouw die ik in het hier en nu ben te gaan reageren. Maar ja, als ik het weet, begrijp ik het nog niet persé. Daarvoor moet ik het eerst kunnen voelen. En een beeldende uitleg, zoals tijdens deze workshop, helpt daarbij. Voor mij was dit een groot Aha-moment en dat voelde heel fijn. Ik kreeg van Sander nog een compliment dat ik zo open en eerlijk durfde te vertellen.

De tweede workshop, ‘Veiligheid, vertrouwen en intimiteit’ werd gegeven door Marjo Vliegen. Zij heeft een praktijk, ‘Innermotion’, voor lichaamswerk en relatiecoaching. Haar workshop ging over contact maken, nabijheid, aanwezigheid en elkaar horen.
Marjo Vliegen zegt over haar relatietherapie: “Regelmatig kom ik partners tegen die, door de jaren heen, terecht zijn gekomen in het ‘niet meer weten hoe’. Steeds weer ging het misbruikverleden tussen hen in staan. De patronen van afhouden, wegduwen, niet kunnen verdragen, onveilig voelen, grenzeloosheid en wantrouwen herhalen zich eindeloos. De partner werd heel voorzichtig. Heeft alles geprobeerd. Heeft gewacht. Was geduldig. Heeft geluisterd. Toonde begrip. Uiteindelijk is er een relatie waarin nauwelijks nog sprake is van nabijheid, intimiteit en seksualiteit. Beiden voelen zich eenzaam.”

Tja, dit gaat precies ook over mijn man en mij. En dat maakt me zó verdrietig. Zo was onze relatie, voordat ik bij Margreet in therapie kwam. En ook mijn man is bij haar in therapie. Bij haar werken we hier aan.

Voordat we tijdens de workshop een oefening gingen doen, moesten we eerst komen staan in een cirkel. Marjo startte muziek en we gingen op de plaats, vanuit onze enkels, ons hele lichaam bewegen. En daarbij moesten we zoveel mogelijk goed uitzuchten. Ik merkte dat ik het heel fijn vond om dit te doen. Ik ging me steeds blijer voelen. Dit is, net zoals de zintuigenoefening in het bos, een goede oefening om te aarden en in het ‘hier en nu’ te komen. En blijkbaar ga ik me daar heel blij door voelen. Dus is het goed om dit te onthouden, voor als ik me rot voel. Het lastige is dat ik op zulke momenten vaak dit soort dingen niet meer weet en/of kan bedenken (Toen ik dit later met Ivonne deelde, zei ze dat ik dit groot op mijn muur kan schrijven. Ik ga het wel op een post-it schrijven en plak dit op mijn kastdeur.).
Vervolgens moesten we tweetallen vormen en tegenover elkaar gaan zitten. We gingen een zelfonderzoek doen. Marjo Vliegen zegt hierover:”Zelfonderzoek is een methode die uitermate geschikt is om in een veilige setting elkaar  te HOREN. Stap voor stap leren praten vanuit wat er werkelijk speelt in de huidige realiteit. Wat er NU door je heen gaat. Welke gevoelens en emoties er NU zijn. Tot  welke inzichten je NU komt. Je krijgt liefdevolle en respectvolle aandacht.”
De verteller moest de ogen sluiten. De luisteraar hield ze open en mocht niks zeggen, alleen maar luisteren en echt horen wat er gezegd werd. De verteller mocht een kwartier lang vertellen wat hij of zij voelde. Mijn man wilde dat ik als eerste ging. Ik vond het niet meevallen. Steeds werd ik afgeleid door de anderen. Daardoor merkte ik wel dat ik dan mijn lichaam, of mijn voeten niet meer voelde. En op een gegeven moment ontdekte ik dat ik al die tijd mijn handen niet had gevoeld.
Kijk, in een ruimte met meerdere mensen werkt deze oefening niet echt goed. Maar, het was wel heel leerzaam. Deze oefening kunnen we samen ook thuis doen. Mijn man en ik moeten van onze psychologe regelmatig met elkaar praten en dan vooral ook over wat we voelen. Daar is deze oefening heel geschikt voor! Eigenlijk hebben we dit al een keer gedaan. Toen vertelde ik wat ik allemaal had gevoeld tijdens een nare situatie tussen ons tweeën. Een situatie waarbij ik meerdere gevoelens tegelijk voelde: angst, pijn, boos en verwarring. Omdat dit voor mij heel eng is, mijn stem gebruiken, moest mijn man heel stil zijn en absoluut niet reageren. Hij mocht mij ook niet troosten tijdens het vertellen. Mijn hoofd is dan heel leeg door de angst, waardoor ik ontzettend moet zoeken naar woorden. En het uitspreken van de woorden, dwars door de angst heen, is ook heel moeilijk. Dat vergt heel veel energie van me. Toen het gelukt was, gaf dit me wel een heel goed gevoel.
Deze workshop heeft ons er bewust van gemaakt dat het heel goed is voor ons allebei, om deze oefening vaker te doen.

Na de workshops zat het symposium er eigenlijk al weer op. De dagvoorzitster sloot de dag af en toen was er nog tijd voor een borrel, napraten en elkaar gedag zeggen. Het was voor ons een hele waardevolle en leerzame dag vol complimenten en erkenning. Agnes vertelde, toen wij weggingen, dat meerdere mensen tegen haar hadden gezegd, dat ze het zo mooi vonden dat ze onze liefde voor elkaar echt konden zien en voelen. Een mooie afsluiting voor een mooi symposium, toch?

Zoals jullie kunnen lezen, is er veel vooruitgang te bespeuren bij mij. Dit merkt mijn psychologe tijdens de therapie ook. Ik kan steeds heel duidelijk en helder vertellen aan Margreet. Ik praat dus!! En ik dissocieer al veel minder.
Het is fijn om te ontdekken dat ik dit ook kan op een symposium. Dat ik mijzelf durf te laten horen en daarmee durf te laten zien. Het is fijn om mijn kracht te ontdekken en om te kunnen voelen dat het allemaal echt waar is! Het vergt nog wel heel veel van me, want de volgende dag was ik verschrikkelijk moe. Maar, dit geeft niet. Dan doe ik gewoon rustig aan en kruip ik onder een warm dekentje op de bank. Dan ben ik zacht voor mezelf en dit mag!

M.A.

Monique Amber